Bouw en beton
De gevolgen van vervuiling worden groter wanneer er weinig water is; meer water betekent namelijk meer verdunning, waardoor de concentratie en daarmee de impact op het ecosysteem kleiner worden. “Maar helaas is genoeg water in de Biesbosch niet altijd vanzelfsprekend.”
Na de watersnoodramp in 1953 heeft Nederland fors geïnvesteerd in dammen en dijken om het riviersysteem voorspelbaarder te maken. “Dat heeft geholpen met het verkleinen van het overstromingsgevaar, maar betekent ook dat er minder ruimte en natuurlijke dynamiek overblijven voor de natuur.” Volgens Harm heeft dat verschillende gevolgen: “Door, bijvoorbeeld, de bouw van de Haringvlietdam in 1971 is de afvoer van zoetwater naar de Biesbosch flink verminderd, en is het getijdenspel in de Biesbosch behoorlijk gedempt omdat er geen directe verbinding meer is tussen de Noordzee en het riviersysteem.” Harm vertelt dat er daardoor nu nog maar een getijdenverschil is van 30 centimeter, terwijl dat verschil vroeger 2 meter was.
En dat laat sporen na. “Hoger gelegen delen krijgen vaker te maken met verdroging, waardoor de impact van vervuiling daar groter wordt. Tegelijkertijd vinden trekvissen moeilijker hun weg naar hun paai- en opgroeigebieden, en hebben vissen die afhankelijk zijn van getijden – zoals de Atlantische zalm – het erg moeilijk. En dat heeft niet alleen gevolgen voor deze vissen zelf, maar voor de biodiversiteit en gezondheid van de hele Biesbosch.”
Ruimte voor een dynamische rivier
Toch is er reden voor optimisme – zowel op het gebied van vervuiling als voor het herstel van de natuurlijke getijdendynamiek.
Ten eerste: door het landelijke project ‘Ruimte voor de Rivier’ is er weer ruimte voor ondiepe getijdennatuur. “Duizenden hectares land zijn teruggegeven aan de rivier, en dat werpt wel degelijk zijn vruchten af!” De Biesbosch is namelijk vergroot, grotere delen staan onder invloed van het getij en daarmee is er weer meer dynamiek in het landschap. “Na de afsluiting van het Haringvliet was er geen ondiepe getijdennatuur meer. Nu is daar een deel van hersteld, en zijn we echt weer een stap dichter bij de Biesbosch van vroeger.” Daarnaast is dit gebied het eerste zoetwatergebied dat vissen tegenkomen wanneer ze vanaf de Noordzee landinwaarts migreren, “wat een grote boost geeft aan het kraamkamergehalte van het gebied. Veel soorten zijn dan ook vanzelf teruggekomen!”
Ook op het gebied van vervuiling zijn belangrijke stappen gezet. “Door strengere regels rondom lozingen vanuit de industrie en landbouw zien we wat minder water- en bodemvervuiling. Daardoor is de sterk vervuilde bodem van vroeger nu afgedekt met een sedimentatielaag die een stuk minder vervuild is.” Harm legt uit dat, zolang ze er niet in graven of boren, de schade van de diep-opgeborgen-vervuiling zo redelijk beperkt blijft voor de mens, landdieren en de meeste onderwaterdieren.