Dan de ecologische waterkwaliteit. Ook hier is vooruitgang zichtbaar, maar niet genoeg. Sinds de jaren ’90 zijn de concentraties fosfor en stikstof ongeveer gehalveerd door aangescherpte regels. Toch voldoet 46% van de wateren nog niet aan de norm voor fosfor en 41% voor stikstof. Dat is problematisch, want te veel nutriënten verstoren het hele watersysteem: ze versterken algengroei, verdringen waterplanten en verslechteren de leefomgeving van macrofauna. Richting 2027 wordt wel verbetering verwacht: als de afgesproken maatregelen worden uitgevoerd, stijgt het doelbereik naar verwachting tot 57% voor fosfor en 61% voor stikstof. Maar dat is onvoldoende om de KRW-doelen te halen, zeker omdat verbetering sinds 2021 stagneert en de nutriëntconcentraties op sommige plekken zelfs weer toenemen.
Waarom lukt verbetering niet sneller?
Waterkwaliteit is complex en veelzijdig, met een hele hoop bronnen, gevolgen, oplossingen en uiteenlopende belangen. Dat is een grote uitdaging, omdat vervuiling niet uit één kraan komt die je zomaar dicht kunt draaien.
De 42 chemische probleemstoffen, bijvoorbeeld, bereiken het water via verschillende routes zoals de industrie, landbouw, huishoudens en rioolwaterlozingen. Dat maakt het moeilijk om te stellen waar de vervuiling vandaan komt, hoe groot de bijdrage van elke bron is, en natuurlijk welke maatregel uiteindelijk het meeste effect heeft. Daarnaast zijn chemicaliën hardnekkig. Voor sommige stoffen is het gebruik inmiddels flink beperkt, maar door historische vervuiling en slechte afbreekbaarheid blijven ze alsnog lang aanwezig in het water. Dat maakt chemische waterkwaliteit een kwestie van terugdringen wat erin komt én eruit halen wat er al in zit.