Industriële stoffen onder de loep
De industriële sector – bijvoorbeeld fabrieken of verwerkingsbedrijven – maakt gebruik van veel verschillende soorten chemicaliën voor hun productieprocessen, afvalstromen en koelingsprocessen. Naar schatting gaat het om zo’n tienduizenden verschillende chemische stofjes – elk met hun eigen samenstelling en toepassing.
Zo worden oplosmiddelen ingezet om stofjes te mengen of op te lossen tijdens de productie van kunststoffen, verf en medicijnen. PFAS worden gebruikt in coatings en textiel, bijvoorbeeld van regenjassen en anti-aanbakpannen. Daarnaast worden complexvormers gebruikt om metalen te binden en af te breken in schoonmaakmiddelen, zoals ontkalkers en afwasmiddel. En alsof dat nog niet genoeg is, worden chemische voedseladditieven vaak gebruikt om eten langer houdbaar te maken of meer kleur en smaak te geven. En dan tellen we nog niet de chemicaliën mee die nét zoveel voorkomen, maar niet onder deze stofgroepen vallen. Sulfaminezuur en melamine bijvoorbeeld. Al met al: een hele mond vol chemicaliën.
De rol van het internationale stroomgebied
Deze chemicaliën horen niet thuis in de natuur. Toch komen ze er via verschillende wegen té vaak terecht.
We beginnen bij Eijsden, waar de Maas Nederland binnenstroomt. Voordat het water hier de grens passeert, heeft het al honderden kilometers afgelegd door Frankrijk en België. En wat daar stroomt, stroomt hier verder – inclusief de sporen van industriële activiteiten. De Maas trekt zich niets aan van landsgrenzen, en de uitwerking van internationale afspraken verschilt sterk per land, wat de gezamenlijke bescherming van het stroomgebied verzwakt. Een gedeelde verantwoordelijkheid dus, zonder gedeelde afspraken. En dat gaat niet onopgemerkt. Zo legde WML vorig jaar de waterwinning uit de Maas voor zo’n 120 dagen stil, omdat ze té vervuild was om te zuiveren voor drinkwaterdoeleinden. In 2022 gebeurde datzelfde door een overschot aan voedingsstoffen – twee keer, voor meerdere maanden achter elkaar.
Het is hoog tijd om met elkaar – Nederland, België en Frankrijk – te bespreken hoe we sámen beter kunnen zorgen voor de Maas. Niet vanuit verwijt, maar vanuit verbinding. De eerste stap? Zorgen voor een compleet overzicht van bedrijven die lozen in de Maas. Dat mist momenteel, en is volgens Maarten van der Ploeg (Directeur RIWA) een cruciaal beginpunt voor een internationale aanpak binnen het stroomgebied; “zonder zo’n overzicht weet je namelijk niet eens wat er precies gebeurt”, aldus van der Ploeg.