Maas Cleanup Days:
20 & 21 maart 2026

Van fabriek tot rivier: wat de industrie nalaat

Langs de oever van de Maas stroomt water dat ons voedt, verbindt en inspireert. Ze herbergt leven, biedt ons drinkwater, én verbindt ecosystemen. Toch draagt haar water ook verhalen die we niet zien. Industriële vervuiling, bijvoorbeeld.

Zwerfafval in de Maas is ons inmiddels goed bekend, en ook watervervuiling vanuit de landbouw dringt steeds vaker door tot de politieke agenda. Maar daarmee zijn we er nog niet: kennis, aandacht en actie rondom industriële vervuiling blijft namelijk grotendeels buiten zicht. En dat moét veranderen, want wetenschappers waarschuwen dat chemische vervuiling vanuit de industrie een van de grootste uitdagingen zal worden in de komende decennia. 

Als onderdeel van deze driedelige serie over chemische watervervuiling, vertellen wij vandaag het verhaal van industriële vervuiling in de Maas. Want wat is het precies? Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Wat zijn de gevolgen? En vooral: wat moet er gebeuren om het tij te keren?

Industriële stoffen onder de loep

De industriële sector – bijvoorbeeld fabrieken of verwerkingsbedrijven – maakt gebruik van veel verschillende soorten chemicaliën voor hun productieprocessen, afvalstromen en koelingsprocessen. Naar schatting gaat het om zo’n tienduizenden verschillende chemische stofjes – elk met hun eigen samenstelling en toepassing. 

Zo worden oplosmiddelen ingezet om stofjes te mengen of op te lossen tijdens de productie van kunststoffen, verf en medicijnen. PFAS worden gebruikt in coatings en textiel, bijvoorbeeld van regenjassen en anti-aanbakpannen. Daarnaast worden complexvormers gebruikt om metalen te binden en af te breken in schoonmaakmiddelen, zoals ontkalkers en afwasmiddel. En alsof dat nog niet genoeg is, worden chemische voedseladditieven vaak gebruikt om eten langer houdbaar te maken of meer kleur en smaak te geven. En dan tellen we nog niet de chemicaliën mee die nét zoveel voorkomen, maar niet onder deze stofgroepen vallen. Sulfaminezuur en melamine bijvoorbeeld. Al met al: een hele mond vol chemicaliën. 

 

De rol van het internationale stroomgebied

Deze chemicaliën horen niet thuis in de natuur. Toch komen ze er via verschillende wegen té vaak terecht. 

We beginnen bij Eijsden, waar de Maas Nederland binnenstroomt. Voordat het water hier de grens passeert, heeft het al honderden kilometers afgelegd door Frankrijk en België. En wat daar stroomt, stroomt hier verder – inclusief de sporen van industriële activiteiten. De Maas trekt zich niets aan van landsgrenzen, en de uitwerking van internationale afspraken verschilt sterk per land, wat de gezamenlijke bescherming van het stroomgebied verzwakt. Een gedeelde verantwoordelijkheid dus, zonder gedeelde afspraken. En dat gaat niet onopgemerkt. Zo legde WML vorig jaar de waterwinning uit de Maas voor zo’n 120 dagen stil, omdat ze té vervuild was om te zuiveren voor drinkwaterdoeleinden. In 2022 gebeurde datzelfde door een overschot aan voedingsstoffen – twee keer, voor meerdere maanden achter elkaar.  

Het is hoog tijd om met elkaar – Nederland, België en Frankrijk – te bespreken hoe we sámen beter kunnen zorgen voor de Maas. Niet vanuit verwijt, maar vanuit verbinding. De eerste stap? Zorgen voor een compleet overzicht van bedrijven die lozen in de Maas. Dat mist momenteel, en is volgens Maarten van der Ploeg (Directeur RIWA) een cruciaal beginpunt voor een internationale aanpak binnen het stroomgebied; “zonder zo’n overzicht weet je namelijk niet eens wat er precies gebeurt”, aldus van der Ploeg. 

Legaal, maar niet zonder gevolgen

Alhoewel een gedeelte van de industriële vervuiling over de landsgrens plaatsvindt, belast onze eigen industrie de Maas ook flink. Meerdere factoren liggen hieraan ten grondslag.

Ten eerste: het vergunningensysteem. Vergunningen voor industriële lozingen in water zijn in de jaren ‘70 ingevoerd om een betere grip te krijgen op chemische stoffen. Erg belangrijk dus, maar experts benadrukken dat dit systeem in de praktijk onvoldoende bescherming biedt voor de gezondheid van de Maas. 

Veel vergunningen zijn verouderd, en sluiten niet meer aan bij wat we inmiddels weten over het effect van chemicaliën op het ecosysteem.

De oplossing klinkt eenvoudig: vergunningen updaten. Maar in de praktijk is het dat niet. Vergunningen werden vroeger namelijk voor onbepaalde of lange tijd verleend, wat het aanpassen ingewikkeld, duur en tijdsintensief maakt – en in sommige gevallen zelfs praktisch onmogelijk. 

Daarnaast maken experts zich zorgen over nieuwe vergunningen. Het verlenen hiervan blijft namelijk een belangenafweging tussen ecologische gezondheid en economische groei: minder lozen kan op korte termijn minder winst betekenen, terwijl ruime vergunningen de rivier op lange termijn extra belasten. Helaas ligt de focus bij dit soort keuzes vaak op de korte termijn, waardoor industriële activiteiten prioriteit krijgen. Neem Chemelot als voorbeeld. Vanwege nieuwe regelgeving rondom vervuiling heeft Chemelot alle industriële stoffen in kaart moeten brengen én problematische stoffen flink moeten verminderen. Toch lozen ze nog steeds zo’n 600 verschillende chemicaliën én 7.000 kilogram microplastics in de Maas per jaar. Ecologen maken zich zorgen om deze hoeveelheden, maar hun lozingen vallen volledig binnen de wettelijke vergunningen en zijn dus legaal. Om dit soort belangenconflicten te voorkomen, benadrukken specialisten dat het tijd is om vergunningen te verlenen die álle kosten meerekenen. Economische kosten dus, maar ook biodiversiteitsverlies, watervervuiling, en de gezondheid van de mens. 

 

Stoffen onder de radar

Alsof het niet al complex genoeg was, kent het vergunningensysteem voor industriële vervuiling nog meer gaten. Zo hebben bedrijven die kleine hoeveelheden lozen op het riool vaak helemaal geen vergunning nodig, terwijl bedrijven die grotere hoeveelheden lozen alleen vergunningen nodig hebben voor stoffen die goed in kaart zijn gebracht. Er worden echter zó veel stoffen gebruikt, dat er vaak geen volledig overzicht bestaat van wat er geloosd wordt. Het gevolg? Stoffen die onder de radar glippen. Want wat we niet kennen, hoeven we ook niet te verwijderen. 

Interessant genoeg springt Chemelot hier positief uit. Het bedrijf is namelijk één van de weinigen die een volledig overzicht heeft van alle chemicaliën die ze lozen, waardoor ze veel gerichter en omvangrijker kunnen zuiveren. Chemelot verdient hiervoor erkenning. En andere bedrijven binnen de sector moeten een voorbeeld nemen aan de transparante rapportages die Chemelot heeft opgesteld. Want pas als we weten wat er geloosd wordt, kunnen we voorkomen dat industriële chemicaliën via gaten in het vergunningensysteem in de Maas belanden.

Van olielek tot bluswater

Zelfs met betere vergunningen zijn niet álle stofjes uit onze wateren geweerd. Industriële chemicaliën vinden namelijk ook hun weg naar het water tijdens calamiteiten, bijvoorbeeld bij olielekkages, of wanneer er tijdens een brand wordt geblust met PFAS-houdend blusmiddel. Daarnaast belanden chemicaliën soms ook in de natuur door illegale lozingen, wat een grote impact kan hebben op de waterkwaliteit omdat één stof opeens in een grote concentratie wordt toegevoegd aan het ecosysteem. Verschillende vervuilingroutes dus, die stuk voor stuk onder de loep moeten worden genomen om de Maas te herstellen.

 

De prijs van goedkoop

In deze wirwar van factoren moeten we niet vergeten dat ons eigen gedrag uiteindelijk ook de gezondheid van de Maas bepaalt. Bijvoorbeeld: wij willen goedkope spullen, die snel en overal beschikbaar zijn. De industrie probeert daaraan te voldoen. Maar in het vervullen van die vraag, moet worden bespaard in het productieproces. Goedkope grondstoffen, bijvoorbeeld, maar ook minder zuivering of meer lozing van bijproducten. En waterzuivering is nu eenmaal duur. Té duur om te kunnen blijven leveren waar wij naar vragen zonder onderweg schade aan te richten. Het gevolg? Vervuiling wordt een noodzakelijk kwaad: chemicaliën belasten de waterkwaliteit en zetten de riviernatuur flink onder druk, en wij accepteren dat als prijs voor onze consumptie. 

Gevolgen voor de Maas

Industriële vervuiling gaat gepaard met negatieve gevolgen – zowel voor de natuurlijke elementen van het ecosysteem, als de menselijke. 

De chemicaliën in de Maas hebben uiteenlopende gevolgen voor het onderwaterleven, afhankelijk van de samenstelling, concentratie en duur van blootstelling. Sommige stoffen hebben een hoge acute toxiciteit: ze verstoren de ademhaling van vissen en insecten, tasten hun zenuwstelsel aan, en leiden vaak snel tot sterfte.

De meeste industriële stoffen werken echter minder acuut. Juist bij langdurige blootstelling in kleinere concentraties kunnen deze stoffen al een geheel ecosysteem aantasten. Sommige stoffen breken niet af, en hopen zich dus op in organismen en de bodem. PFAS bijvoorbeeld, waar in de Maas structureel te hoge concentraties van worden aangetroffen. Als deze ophoping aanhoudt, kan dat de groei remmen van waterorganismen, het immuunsysteem aantasten en voortplanting verstoren. Andere stoffen veranderen de manier waarop bepaalde deeltjes zich in het water gedragen, wat kan leiden tot een verhoogde mobiliteit en dus verplaatsing van vervuiling. En alsof dat nog niet genoeg is: sommige stofgroepen kunnen zelfs het gedrag van vissen en ongewervelden beïnvloeden, waardoor de voedselketen uit balans raakt en bepaalde populaties kwetsbaarder worden. 

Wanneer industriële vervuiling chronisch aanhouden, is het resultaat vaak homogenisering: een rivier die verarmt, en een ecosysteem dat diversiteit en veerkracht inlevert. 

Maar het blijft niet bij ecologische schade. Ook onze drinkwatervoorziening staat onder druk. In 2025 moest de inname van Maaswater namelijk 35 keer worden stilgelegd vanwege te hoge vervuiling – samen goed voor 120 dagen. Helaas is dit slechts het topje van de ijsberg. Chemische vervuiling maakt het namelijk veel duurder om drinkwater te zuiveren naar dezelfde standaarden, én binnen hetzelfde tijdsbestek. Zo kan PFAS bijvoorbeeld alleen volledig uit het water worden gehaald met bepaalde ‘reverse osmosis’ technieken die erg duur zijn én veel energie verbruiken. Daarnaast verdwijnt bij deze vorm van zuivering zo’n 10 tot 20% van het drinkwater als afval. Dat is kostbaar zoet water dat we verliezen, terwijl de vraag toeneemt en droogte steeds vaker toeslaat. Als dit zo langer doorgaat – vervuiling bestrijden met steeds intensievere zuivering – schuiven we het probleem alleen maar op: van een crisis in waterkwaliteit naar een crisis in waterbeschikbaarheid. Dat is geen oplossing, maar uitstel van verantwoordelijkheid. Hoog tijd om industriële vervuiling bij de bron aan te pakken, dus.

Gelukkig hoeven we ons geen zorgen te maken over de veiligheid van ons kraanwater. Drinkwater is namelijk het strengst gereguleerde voedselproduct van Nederland, wordt 24/7 getest en staat wereldwijd in de top 10 van de beste kraanwateren. Maar als industriële vervuiling blijft groeien – RIWA-Maas meldt dat de PFAS niveaus in het Nederlandse deel van de rivier de afgelopen jaren met 50% zijn gestegen – moeten waterbedrijven steeds harder werken om hun wettelijke verplichting van schoon water waar te blijven maken.

In het kort

Het is een complex verhaal. Met veel betrokken partijen, veel lastige belangenafwegingen, en vooral veel chemicaliën. Maar vier punten zijn glashelder: 

● Industriële chemicaliën komen via verschillende routes in de Maas terecht – nationaal én internationaal.

Het Nederlandse vergunningensysteem beschermt de rivier onvoldoende door verouderde regels, belangenafwegingen en een gebrekkig overzicht.

● De gevolgen zijn groot: verstoorde voedselketens, ophoping van schadelijke stoffen in organismen en verlies van biodiversiteit.

● Hoe langer we wachten met de aanpak bij de bron, hoe duurder en moeilijker het wordt voor drinkwaterbedrijven om voldoende schoon water te blijven leveren.

De Maas is een levensader voor mens én natuur, en het is aan ons om haar te beschermen. Want alleen zo kunnen we ervoor zorgen dat de Maas al dat leven blijft voeden, de economie op een duurzame manier kan blijven ondersteunen, en landschappen blijft verbinden.

 

Door Kyra Dols

Meer nieuws

6 februari 2026

“Een gezond landschap begint bij schoon water”

De landbouw laat vaak sporen achter in onze rivieren. Maar Reinier Hoon van stichting Leve de Jeker laat zien dat het ook anders kan: “verantwoordelijke keuzes op het land zijn onlosmakelijk verbonden met de gezondheid van onze rivieren”.

Lees meer

22 januari 2026

Van akker tot rivier: hoe landbouwkeuzes doorwerken in het water

We weten inmiddels al veel over zwerfafval. Het is zichtbaar, tastbaar, en iets wat we zélf kunnen waarnemen. Maar hoe zit het met andere vormen van watervervuiling? Die zijn misschien minder zichtbaar, maar niet minder ongezond voor mens en milieu!

Lees meer

12 januari 2026
> betterbusiness > cleanrivers

Nieuwe partner JPO maakt ruimte voor geluk

Als directeur van JPO, werkmaatschappij van VolkerWessels, zet Nadja van Es zich in voor gezonde leefomgevingen voor mens en natuur. Samen met Maas Cleanup geeft JPO ook aandacht aan een gezonde riviernatuur. “Waar we kunnen bijdragen, doen we dat”.

Lees meer

Bekijk meer nieuws

Stay clean: volg ons!

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en blijf up-to-date
over onze acties en ons netwerk