Alhoewel de stikstof en fosfor concentraties door nieuwe regelgeving flink zijn gedaald sinds de jaren 90, zien we geen structurele verbetering meer sinds 2012. In sommige waterlichamen is nitraat zelfs toegenomen sinds 2020. Geen goede zaak dus.
Voor een groot deel is deze vervuiling te danken aan de schaal waarop Nederland landbouw bedrijft: veel vee, veel mest, en dus veel nutriënten die in onze rivieren terecht kunnen komen. Maar vooral het Nederlandse mestbeleid – en de uitvoering ervan – speelt hierin een belangrijke rol. Zo geven verschillende organisaties aan dat vergunningen rondom mestlozingen de impact op het milieu onvoldoende weerspiegelen, waardoor te veel voedingsstoffenen in het water terecht kunnen komen. Daarnaast zijn controles niet altijd effectief genoeg om overtredingen of uitspoeling tijdig te detecteren, hebben bepaalde uitzonderingen – zoals derogaties – jarenlang extra mestgebruik toegestaan, en blijkt de handhaving in de praktijk een belangrijke bottleneck. En: mestbeleid raakt aan veel belangen tegelijk, waardoor elke beslissing gepaard gaat met lastige politieke afwegingen. We kunnen namelijk niet zonder onze boeren – ze brengen ons voedsel, genereren behoorlijk wat inkomen, én voldoen daarnaast veelal aan de regels. Maar wanneer dit niet gepaard gaat met zorgvuldig beleid, laat dat sporen achter in onze rivieren.
De kost van vruchtbare akkers
Een hoge nutriëntenbelasting in onze oppervlaktewateren heeft veel gevolgen voor het waterleven. Want die groei-boost van stikstof en fosfaat stopt niet bij de rand van het weiland: in het water werken deze stofjes namelijk net zo hard door, wat ertoe leidt dat bepaalde gevoelige waterplanten – kroos en verschillende algensoorten – sneller omhoog schieten dan het ecosysteem aan kan. Dit proces heet eutrofiëring, en brengt zorgwekkende gevolgen met zich mee.
Ten eerste: de snelle groei van algen en kroos vormt een dikke, groene laag op het wateroppervlak. Die laag blokkeert het zonlicht voor de planten eronder, waardoor zij niet meer kunnen fotosynthetiseren en daardoor uiteindelijk sterven. Maar dat is nog niet het ergst.
Terwijl de algen en kroos afbreken, gebruiken de bacteriën die het afval opruimen enorme hoeveelheden zuurstof. Dit zorgt voor een snelle daling in het zuurstofgehalte van het water, waardoor veel vissen en andere waterdieren niet meer genoeg zuurstof hebben om te kunnen overleven. Het gevolg is de welbekende maar gevreesde ‘dead zone’; een stuk water dat zo uitgeput is van zuurstof dat er geen leven meer kan bestaan. De gevolgen hiervan reiken veel verder dan een lokale daling in het onderwaterleven. Vogels of bepaalde zoogdiersoorten die afhankelijk zijn van vis of waterplanten als voedsel, bijvoorbeeld, krijgen minder te eten en kunnen daardoor óók in aantal afnemen of zelfs hun leefgebied verlaten. Daarnaast kan eutrofiëring ook nog eens schadelijk zijn voor de mens, als een toxische algensoort opeens heel snel groeit. Blauwalg, bijvoorbeeld. Duidelijk een probleem dat onze aandacht verdient, dus.